Op bezoek in Seneffe en Arquennes kwam ik terecht op een kerkhof. Daar was te zien dat de steenhouwerij in die omgeving een belangrijke rol speelde. Of dat nog het geval is weet ik niet. Op een van de graven zag ik een tablau, uitgehouwen in steen, met daarop het gereedschap van een steenhouwer. Als je op de afbeelding klikt krijg je hem groter te zien. De aanname dat Charles Philippe, zijn broer Jérôme en later hun neef Léandre zijn geïnspireerd door de steengroeves in de omgeving van hun geboorteplaats lijkt correct. In Nederland hebben ze alle drie gekozen voor het steenhouwersvak.
De emigratie van de Petits naar Nederland begint met de stamvader van de Bredase tak Charles Philippe en zijn broer Jérôme. Het verhaal wil dat neefje Léandere (stamvader Tilburgse tak) op zeer jonge leeftijd bij zijn oom Charles is komen wonen. Daar heb ik geen bewijzen voor gevonden. Wel is zeker dat Léandere op een zeker moment vanuit Breda naar Tilburg is vertrokken waar hij een eigen steenhouwerij begonnen is.
Charles Philippe Petit, zoon van Jean Baptiste Petit en Marie Jeanne Joseph Heugens wordt geboren in Seneffe een plaatsje vlak bij Arquennes. In die streek zijn veel steengroeven, het steenhouwersvak, de handel in stenen, hoort bij Seneffe/Arquennes en omgeving. Charles Philippe Petit vertrekt rond 1830 (23 jaar!) samen met zijn broer Jerôme uit Arquennes naar Nederland. Het blijft gissen maar het is niet onwaarschijnlijk dat er in België een overschot aan steenhouwers was,terwijl er in Nederland voldoende werk voor vaklieden als Charles en Jérôme was.
In Zevenbergen startte hij samen met zijn broer Jérôme een steenhouwerij. Uit de archieven in Breda blijkt dat Charles in 1837 van Zevenbergen naar Breda verhuisde. In Breda aangekomen laat Charles zich op 7 september 1837 inschrijven als ingezetene van Breda. (zie afbeelding, als je op de afbeelding klikt zie je hem groter)Volgens de Bredase archivaris schreven in die tijd alleen de inwoners die in aanzien stonden zich in. Je hoefde je klaarblijkelijk als inwoner van een stad nog niet aan te melden. In het archief vonden we de aanmelding van Charles. De broers hebben, zoals blijkt uit volkstellingen lang bij elkaar gewoond, Jérôme is naar Tilburg verhuisd. Of hij daar een eigen steenhouwerij is begonnen of dat hij wellicht een forens avant la lettre was, is niet duidelijk.
. Het Bredase familiebedrijf, Jérôme Petit Natuurstee, bestaat al sinds 1893 en wordt momenteel alweer door de vierde generatie vertegenwoordigd. De dagelijkse leiding is in handen van de broers Karel en Robbert Mul, achterkleinzonen van oprichter Jerome Petit. Uit deze tekst kun je afleiden dat het Jérôme was die het bedrijf stichtte. Jérôme sterft op jonge leeftijd. Onduidelijk is waarom Charles in Brreda blijft en Jérôme op een zeker moment verhuist naar Tilburg.
Charles Philippe Petit
trouwt op 25-08-1853 met
Elizabeth Moonen
*21-03-1828-†18-07-1886
Over Jérôme Joseph is weinig bekend. Hij is samen met zijn twee jaar oudere broer naar Nederland getrokken om daar zijn geluk te beproeven. Jérôme is jong gestorven (42 jaar). Uit de gegevens die we vonden rond zijn sterven blijkt dat Jérôme in Tilburg woonde maar in Breda bij zijn broer thuis stierf. Mogelijk bereidde Jérôme een Tilburgse vestiging van de steenhouwerij voor. Zeker is dat op relatief jonge leeftijd de broers Petit vermogend waren (hun bedrijf heette Frères Petit).
Uit de stukken over de nalatenschap van Jérôme valt het kapitaal van de broers Petit af te leiden.
Een stukje uit de akte
De ondergetekende Jean Baptiste Petit en zijn huisvrouw Marie Josephe Heugens wonende te Breda als ouders en Charles Philippe Petit, steenhouwer te Breda woonachtig. Mitsgaders Augustin Petit woonachtig te België als broeders van den te noemen overledene, gezamenlijk domicilie kiezend ten huize van Charles Philippe Petit....
"Het regt van gebruik van een erf kadastraal bekend ten noorden van Breda als eigenen en gelegen te Breda aan den nieuwen weg sectie A n0 1425, worden deze onroerende goederen met inbegrip van voorvermeld regt geschat op een waarde van fl 11.000,00"
Helft der steenen fl 5.533,56
Meubilaire goederen fl 321,60
Contante gelden fl 110,00
Schuldvorderingen fl 4.836,00
Totaal fl 21.801,16
In 1850 was 1 gulden ongeveer vergelijkbaar met €13,- in koopkracht van nu. De erfenis zou in de huidige tijd zo'n €450.000,- waard zijn. Volgens het erfrecht uit die tijd ging de helft van het bedrag naar de ouders: Jean Baptiste en Marie Josephe. De andere helft werd verdeeld onder de broers, Augustin en Charles Philippe.